De betekenis economie

Aaron Hurst

Geluk en welzijn als drijvende kracht in plaats van economische winst.

24,99


Uitverkocht


Vijfendertig jaar geleden nadat zijn oom Marc Porat het begrip ‘informatie-economie’ lanceerde en de opkomst van Silicon Valley voorspelde, legt Aaron Hurst uit waarom hij denkt dat in de economie nu het tijdperk van betekenis, of zingeving, is aangebroken. Als CEO van Imperative en oprichter van de Taproot Foundation heeft Hurst een belangrijke impuls gegevens aan vrijwillige dienstverlening, een activiteit met een geschatte waarde in de Verenigde Staten van zo’n vijftien miljard dollar per jaar.

Puttend uit zijn ervaring en samenwerking met jonge startende ondernemers beschrijft Hurst hoe werk, organisaties en markten in de economie van vandaag aan het veranderen zijn en meer gaan betekenen voor mensen. Hoe kan werk – iedere baan – echt betekenis krijgen? Wat is nu het geheim van een succesvolle en groeiende onderneming? Maar ook: wat hebben de elektrische auto, biologische voeding, het homohuwelijk en vrijwillige dienstverlening met elkaar gemeen? In ‘De betekeniseconomie’ behandelt Aaron Hurst deze en andere vragen, aan de hand van vele voorbeelden, onderhoudende persoonlijke anekdotes en de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

‘De betekeniseconomie’ laat zien hoe je in de moderne economie succes kan hebben en zo tegelijkertijd de wereld kan veranderen.

Aaron Hurst won als ondernemer diverse prijzen en wordt wereldwijd gezien als een expert op het gebied van betekenisvol werk en maatschappelijke innovatie. Hij is CEO van Imperative en oprichter van de Taproot Foundation, een stichting die business professionals op vrijwillige basis hun expertise laat delen met non-profit organisaties. Hij is schrijver en geeft geregeld lezingen op universiteiten en congressen en bij bedrijven. Hij woont met zijn gezin in Brooklyn.

 

Terug naar overzicht

De betekeniseconomie – ‘Uiterst waardevol’

11 oktober 2017 | Dave van Ooijen

‘Aaron Hurst vat in De betekeniseconomie kernachtig samen welke fundamentele veranderingen plaatsvinden in het bedrijfsleven.’ Met deze uitspraak van Arianna Huffington op de voorpagina lijkt het boek al bij voorbaat een succes.

Als vervolgens op de voorpagina ook nog eens de volgende ondertitel staat: ‘Geluk en welzijn als drijvende kracht in plaats van economische winst’, dan lijkt niets succes nog in de weg te staan. Volgens Hurst heeft het huidige informatietijdperk zijn langste tijd gehad. In plaats daarvan wordt het geven van betekenis (persoonlijke, sociale of maatschappelijke betekenis) de centrale aanjager van economische groei. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze drie categorieën de behoeften waar de nieuwe betekeniseconomie op inspeelt. Het geven van betekenis aan datgene dat we doen is volgens Hurst de spil van de toekomst. De betekeniseconomie staat volgens hem voor de nieuwe context en manieren waarop mensen en organisaties waarde proberen toe te voegen.

Maar maakt Hurst, oprichter van de Amerikaanse pro-bono organisatie Taproot Foundation, met zijn boek de hoge verwachtingen die hij aan ‘betekeniseconomie’ geeft wel waar? Laat ik beginnen met mijn eerste en belangrijkste waarneming. En dat is dat het boek zonder meer kernachtig een heel aantal ontwikkelingen beschrijft die momenteel plaatsvinden. Niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook in de samenleving als geheel. Voor veel lezers zal het boek een eyeopener zijn. Hurst is een goede waarnemer die de tijdgeest van dit moment uitstekend aanvoelt. En dat weet hij ook nog eens op een eloquente wijze onder woorden te brengen. En dat brengt mij tot mijn tweede constatering. Dat is dat hij ondanks alles volgens mij niet weet uit te stijgen boven de waarneming dat de samenleving in een transformatiefase zit. Maar is dat dan ook een transformatie van een informatietijdperk naar een betekeniseconomie, zoals Hurst veronderstelt?

Al meteen in het begin van het boek geeft hij in een kader aan dat ‘de betekeniseconomie’ eigenlijk niets anders is dan een overkoepelende term om een aantal maatschappelijke bewegingen mee samen te vatten. Het is met andere woorden een verzamelnaam voor acht maatschappelijke bewegingen en markten die volgens Hurst in elkaar overvloeien en waarbij het geven van betekenis centraal staat. Als voorbeelden noemt Hurst onder meer de deeleconomie, de geefeconomie, de doe-het-zelf-economie en de gelukseconomie. Het gemeenschappelijk gebruik van dingen, doe-het-zelf, geluk, reputatie, geven, creativiteit en ervaring; samen vormen deze bewegingen het hart van de macro-economische evolutie. Het geven van betekenis is de nieuwe motor van de wereldeconomie, aldus Hurst.

Dat zingeving en betekenis een steeds grotere rol in het leven van mensen van vandaag de dag is gaan spelen, is niet verwonderlijk. We hebben na de wereldwijde financieel-economische crisis van 2008 moeten constateren dat de ruime aandacht die de in de decennia daarvoor is gegaan naar economische groei, het vermarkten van overheidstaken, de rol van beurzen, bedrijfsmatig werken, aandeelhouderswinsten en bonussen voor managers, heeft geleid tot vergaande excessen. Veel burgers hebben door de graaicultuur bij banken aan den lijve de gevolgen van de economische crisis ondervonden door ontslag, verdampende vermogens en miljardenbezuinigingen van overheden. Dat er na zo’n crisis een periode van bezinning komt waarbij burgers zich afvragen wat het doel van het leven is, is dan ook niet raar.

Tal van inwoners hebben geen zin meer om nog langer aan de ratrace van de afgelopen decennia mee te doen. Geholpen door de digitale mogelijkheden die de informatiesamenleving biedt hebben tal van ontslagen werknemers, vooral de hoger opgeleiden, hun creativiteit aan het werk gezet en nieuwe diensten en producten op de markt gebracht. Producten en diensten waarbij duurzaamheid en het leveren van een bijdrage aan maatschappelijke opgaven een centrale rol spelen. In een overgangsfase naar een ander type samenleving zijn dergelijke initiatieven van groot belang. Daarmee is nog niet gezegd dat de in ontwikkeling zijnde nieuwe samenleving ook een samenleving is waarin betekenis centraal staat als motor van de wereldeconomie, zoals Hurst stelt. Kijkend naar grote technologische doorbraken die zoals altijd de ontwikkeling naar een nieuwe economisch bestel markeren, zitten we mijns inziens eerder in een overgang van de derde (elektronische) industriële revolutie naar een vierde industriële revolutie (cyberrevolutie), dan in een overgang naar een betekeniseconomie.

De vierde industriële revolutie die momenteel gaande is, is gebaseerd op steeds sneller opvolgende doorbraken op het gebied van automatisering, digitalisering en robotisering. De motor van de wereldeconomie zal daarmee eerder liggen bij de ontwikkeling van draadloze verbindingen, de toepassing van big data, quantumcomputers, kunstmatige intelligentie, zelfdenkende en zelfopererende systemen. Kijken we op afstand opnieuw naar de ontwikkelingen, dan markeert de ‘betekeniseconomie’ eerder de periode tussen de derde en vierde industriële revolutie, dan dat de betekeniseconomie de drijvende kracht van een nieuw economisch tijdperk zal zijn, zoals Hurst zegt. Desalniettemin is De betekeniseconomie een uiterst waardevol boek dat de vinger op de zere plek van de afgelopen decennia legt. Het is een boek dat ook hoop en perspectief biedt. Vooral voor degenen die willen voorkomen dat de vierde industriële revolutie op eenzelfde wijze onderuit gaat als dat met het de derde industriële revolutie het geval was. Het geven van persoonlijke, sociale en maatschappelijke betekenis aan datgene dat we doen is daarvoor essentieel.

Dave van Ooijen studeerde tussen 1979 en 1985 sociologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde twee keer ‘cum laude’ af; bij de vakgroep Toegepaste Sociologie en de vakgroep Internationale Betrekkingen. Van 1979 tot 2014 was hij werkzaam bij Vereniging Milieudefensie, de gemeente Amsterdam, Nicis Institute en Platform31. Vanaf maart  2014 is hij raadslid/fractievoorzitter voor de PvdA in de gemeente Castricum. Sinds 1 juli 2017 is hij strategisch adviseur bij de gemeente Den Haag op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid. Zijn blogs, artikelen en recensies verschijnen (op persoonlijke titel) onder meer op zijn website.

De betekeniseconomie

8 augustus 2017 | Nico Jong

We zijn op weg van de informatiemaatschappij naar de betekenissamenleving. Het industriële en het informatietijdperk hebben ons ongekende welvaart gebracht, maar er ook voor gezorgd dat we vervreemd raakten van de natuur en van elkaar en dat de wereld om ons heen virtueel is geworden.

Door de enorme hoeveelheid informatie en de toenemende complexiteit zijn we de richting kwijt, onze organisaties zijn ontmenselijkt, we ervaren nauwelijks nog zin in ons werk, terwijl het langdurig ziekteverzuim stijgt. We zijn aan een omwenteling toe die recht doet aan de menselijke maat en zorgt voor betekenis als drijvende kracht. Topfunctionarissen verwachten het omslagpunt al in 2020. Aaron Hurst beschrijft in De betekeniseconomie wat deze inhoudt, hoe ze is ontstaan en wat de stuwende krachten erachter zijn.

Betekenis draait voor de auteur om drie aspecten. Op persoonlijk niveau is dat de behoefte aan ontwikkeling en groei. Als het gaat om sociale betekenis in het leven, dan zijn relaties voor mensen belangrijker dan wat ook. Maatschappelijke betekenis is de sterkste bron, als we iets doen waarvan we weten dat het van belang is voor anderen en de samenleving. De betekeniseconomie gaat zorgen voor de betekenis waarnaar we zo snakken. Ze speelt in op onze behoefte ons te ontwikkelen, deel uit te maken van een gemeenschap, en invloed te hebben op iets wat boven onszelf uitstijgt.

De grote veranderingen van de industriële economie en van de informatiemaatschappij hebben voor instabiliteit gezorgd die zijn hoogtepunt kreeg in de crisis van 2008. Bedrijven en instituties kunnen geen stabiliteit en toekomst meer bieden. Die moeten we bij onszelf zoeken en daardoor zijn betekenis en zingeving centraal komen te staan in het arbeidsproces. De nadruk komt nu te liggen op onszelf worden in het werk en niet meer op klimmen in de organisatie.

Aaron Hurst beschrijft de drijvende krachten achter de betekeniseconomie in opkomst. De nieuwste generatie internet maakt het mogelijk om weer in contact te komen met onszelf en met elkaar en onze communities door de kracht van relaties te benutten. De Millennium-generatie manifesteert zich als de betekenisgeneratie, door steeds duidelijker te laten zien dat ze het verschil willen maken, willen groeien en hun passie willen delen met de rest van de wereld. De jongere generatie is opgegroeid met ontwrichting en laat zich er niet door van de wijs brengen. De groeiende onzekerheid in de samenleving zorgt ervoor dat we meer stabiliteit in onszelf gaan zoeken. We leven langer. Babyboomers hebben altijd gewerkt om geld te verdienen, maar zoeken nu naar mogelijkheden om iets terug te geven aan de samenleving met betekenisvol werk. Nu de meeste gezinnen uit tweeverdieners bestaan, zijn enorme aantallen mensen nodig voor het meest betekenisvolle werk dat er is: de zorg voor onze kinderen en ouderen. De wetenschap heeft ontdekt dat we in plaats van naar geluk beter naar welzijn kunnen streven door in te zetten op positieve emotie, betrokkenheid, relaties, zingeving en een gevoel van prestatie. De wereld is kleiner geworden waardoor geweldige uitdagingen ontstaan. De samenleving neemt taken van de overheid over, die niet meer alles kan leveren. De grenzen tussen sectoren vervagen en betekenis wordt de spil van de toekomst.

De betekeniseconomie is vanuit een Amerikaanse optiek geschreven. De meeste voorbeelden en ervaringen zijn daarom ook Amerikaans. De auteur heeft een erg brede verhandeling van zijn onderwerp geschreven. Voor de Europese markt had de tekst wel teruggebracht mogen worden tot de essentie. Die verdwijnt door alle uitweidingen nogal naar de achtergrond.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Volgt z.s.m.

 

 

Terug naar overzicht

Volgt z.s.m.

 

Terug naar overzicht